Spreeuw
Spreeuw (Sturnus vulgaris)


Uiterlijk
De spreeuw is ongeveer 20 - 22 cm groot met een spanwijdte van circa 37 - 42 cm. Het verenkleed is donker met een paarsgroene glans en witte spikkels. In het broedseizoen is de snavel geel, in de winter donker.
Voedsel
Het is een alleseter. In het voorjaar eet hij vooral insecten, wormen en larven, terwijl hij in andere seizoenen ook fruit, bessen en voedselresten eet.
Leefgebied
De spreeuw komt voor in uiteenlopende leefgebieden zoals graslanden, bossen, parken, steden en landbouwgebieden. Hij heeft geen strikte habitatvoorkeur zolang er voedsel en nestgelegenheid is.
Nestbouw
Hij is een holenbroeder en nestelt in boomholtes, nestkasten of gebouwen. Vaak broeden meerdere paren dicht bij elkaar.


Verspreiding
De spreeuw komt oorspronkelijk voor in Europa en West-Azië, maar is ook verspreid naar onder andere Noord-Amerika. In Nederland is hij een zeer algemene broedvogel en wintergast.
Populatie
De soort is wereldwijd niet bedreigd, maar in Nederland is de populatie sinds de jaren 1990 sterk afgenomen door veranderingen in landbouw en leefgebied.
Vijanden
Belangrijke vijanden zijn roofvogels zoals sperwers en valken. Daarnaast kunnen katten en andere roofdieren eieren en jonge vogels bedreigen.
Bijzonderheden
Spreeuwen staan bekend om hun spectaculaire zwermen (murmuraties), waarbij duizenden tot honderdduizenden vogels synchroon door de lucht bewegen. Dit gedrag dient onder andere ter bescherming tegen roofdieren.
