Pestvogel
Pestvogel (Bombycilla garrulus)


Uiterlijk
De pestvogel wordt ongeveer 18 - 21 cm groot en heeft een zijdezacht roze-bruin verenkleed. Kenmerkend zijn de opvallende kuif, het zwarte masker rond de ogen, gele accenten op de vleugels en staart en rode, wasachtige vleugelpunten.
Voedsel
In de winter leeft de pestvogel vooral van bessen zoals lijsterbes, meidoorn, Gelderse roos en vuurdoorn. Tijdens de broedperiode eet hij voornamelijk insecten die hij vliegend vangt.
Leefgebied
Het broedgebied bestaat uit uitgestrekte naald- en berkenbossen van de noordelijke taiga. In Nederland verblijft hij vooral in parken, woonwijken, tuinen en bosranden met veel besdragende struiken.
Nestbouw
Het nest wordt hoog in naaldbomen of berken gebouwd en bestaat uit takjes, mos, gras en korstmos. Het vrouwtje legt meestal 4 - 6 eieren.


Verspreiding
De pestvogel komt voor in Noord-Europa, Noord-Azië en delen van Noord-Amerika. In West-Europa verschijnt hij vooral tijdens invasiejaren wanneer er in het noorden voedseltekort is.
Populatie
De soort is wereldwijd niet bedreigd en de populatie wordt geschat op tientallen miljoenen vogels. In Nederland varieert het aantal sterk per winter.
Vijanden
Belangrijke vijanden zijn roofvogels zoals sperwers en haviken. Ook marters en andere roofdieren kunnen nesten en jonge vogels bedreigen.
Bijzonderheden
Pestvogels zijn sociale vogels die vaak in groepen leven. In sommige winters trekken enorme zwermen naar West-Europa; zulke jaren worden “invasiejaren” genoemd. Hun opvallende uiterlijk en tamme gedrag maken ze populair bij vogelaars.
