Nachtegaal
Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)


Uiterlijk
De nachtegaal wordt ongeveer 15 tot 16,5 cm groot. De bovenzijde is warmbruin, terwijl de staart en stuit duidelijk roodbruin zijn. De onderzijde is lichtgrijs tot grijsbruin. Hij heeft grote donkere ogen, een slanke snavel en relatief lange poten. Mannetjes en vrouwtjes zien er vrijwel hetzelfde uit.
Voedsel
Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten, wormen, spinnen, larven en andere kleine ongewervelden. In de nazomer worden ook bessen en andere vruchten gegeten. De nachtegaal zoekt zijn voedsel vooral op de grond tussen bladeren en dichte begroeiing.
Leefgebied
De soort leeft in dicht struikgewas, bosranden, houtwallen, rivieroevers en duingebieden. Braamstruwelen, brandnetels en andere dichte begroeiing vormen een ideaal leefgebied waar de vogel zich veilig kan verschuilen.
Nestbouw
Het nest wordt laag bij de grond of direct op de bodem gebouwd tussen dichte vegetatie. Het bestaat uit bladeren, gras en fijne plantenresten. Het vrouwtje legt meestal vier tot vijf olijfbruine eieren en verzorgt het grootste deel van het broeden.


Verspreiding
De nachtegaal broedt in grote delen van Europa, Noord-Afrika en West-Azië. In de winter trekt hij naar tropisch Afrika. In Nederland is hij een zomervogel die vooral voorkomt in de duinen, riviergebieden en vochtige bossen.
Populatie
De nachtegaal staat wereldwijd op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd. In Nederland is de populatie relatief stabiel, al verdwijnen lokaal geschikte leefgebieden door veranderingen in natuurbeheer en verdroging.
Vijanden
Roofvogels, katten, marters en kraaiachtigen behoren tot de natuurlijke vijanden. Omdat het nest dicht bij de grond ligt, zijn eieren en jonge vogels extra kwetsbaar voor predatie.
Bijzonderheden
De nachtegaal geldt al eeuwenlang als symbool van muziek en poëzie. Zijn naam verwijst naar het feit dat hij ook 's nachts zingt. Ondanks zijn beroemde zang is hij door zijn verborgen leefwijze vaak moeilijk te zien.
