Groenling
Groenling (Chloris chloris)


Uiterlijk
De groenling is ongeveer 14 - 16 cm groot en heeft een stevig lichaam met een dikke snavel. Het verenkleed is overwegend groen met gele accenten in de vleugels en staart. Vrouwtjes zijn doffer en meer bruinachtig van kleur.
Voedsel
De soort eet voornamelijk zaden, aangevuld met bessen, knoppen en bloemen. In de broedtijd worden ook insecten gegeten. Dankzij zijn sterke snavel kan hij harde zaden gemakkelijk openen.
Leefgebied
Oorspronkelijk leefde de groenling in bosranden en halfopen landschappen, maar tegenwoordig komt hij veel voor in parken, tuinen, boomgaarden en dorpen. Belangrijk zijn struiken en bomen voor voedsel en beschutting.
Voedsel
Het nest wordt gebouwd in dichte struiken of bomen en bestaat uit takjes, gras en mos. Het vrouwtje broedt meestal de eieren uit, terwijl het mannetje voedsel aanbrengt.


Verspreiding
De groenling is wijd verspreid in Europa, Noord-Afrika en Zuidwest-Azië. In Nederland is het een algemene broedvogel die het hele jaar voorkomt.
Populatie
De soort wordt als niet bedreigd beschouwd en is algemeen. Wel kunnen aantallen lokaal schommelen, bijvoorbeeld door ziektes of veranderingen in leefgebied.
Vijanden
Natuurlijke vijanden zijn roofvogels zoals sperwers en valken. Daarnaast vormen katten en andere roofdieren een gevaar voor eieren en jonge vogels.
Bijzonderheden
Groenlingen zijn sociale vogels die buiten het broedseizoen vaak in groepen leven, soms in grote zwermen. Ze zijn regelmatig te zien bij voedertafels en staan bekend om hun krachtige snavel en voorkeur voor zaden.
