Bonte vliegenvanger
Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)


Uiterlijk
De bonte vliegenvanger wordt ongeveer 12 - 13,5 cm groot. Het mannetje heeft in broedkleed een zwart-wit verenkleed met een opvallende witte vleugelvlek en een kleine witte voorhoofdvlek. Vrouwtjes en jonge vogels zijn meer bruin-grijs van kleur.
Voedsel
De bonte vliegenvanger wordt ongeveer 12–13,5 cm groot. Het mannetje heeft in broedkleed een zwart-wit verenkleed met een opvallende witte vleugelvlek en een kleine witte voorhoofdvlek. Vrouwtjes en jonge vogels zijn meer bruin-grijs van kleur.
Leefgebied
De bonte vliegenvanger leeft vooral in lichte loof- en gemengde bossen, maar ook in parken, boomgaarden en grote tuinen. Oude bomen en nestgelegenheid zijn belangrijk voor de soort.
Nestbouw
De bonte vliegenvanger leeft vooral in lichte loof- en gemengde bossen, maar ook in parken, boomgaarden en grote tuinen. Oude bomen en nestgelegenheid zijn belangrijk voor de soort.


Verspreiding
Hij broedt meestal in boomholtes, oude spechtennesten of nestkasten. Het nest wordt gemaakt van gras, bladeren, schors en haar. Een legsel bestaat meestal uit 5 - 8 lichtblauwe eieren.
Populatie
De soort komt voor van West-Europa tot Midden-Siberië. In Nederland ligt het zwaartepunt vooral op de Veluwe, het Drents Plateau en andere bosrijke zandgronden.
Vijanden
De bonte vliegenvanger geldt wereldwijd als niet bedreigd. In Nederland is de populatie de laatste jaren weer toegenomen, mede dankzij het gebruik van nestkasten.
Bijzonderheden
De bonte vliegenvanger is een langeafstandstrekker die duizenden kilometers aflegt tussen Europa en Afrika. Mannetjes kunnen soms met meerdere vrouwtjes paren, wat bij zangvogels relatief bijzonder is.
