Oehoe
Oehoe (Bubo bubo)
De oehoe (Bubo bubo) is een van de grootste uilensoorten ter wereld, met een lengte van circa 60 - 75 cm en een indrukwekkende spanwijdte tot bijna 1,9 m.
Deze imposante, nachtelijke roofvogel heeft opvallend felgekleurde ogen en lange oorpluimen en jaagt vooral op middelgrote zoogdieren en vogels.
Oehoes komen voor in grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika en leven in uiteenlopende landschappen zoals bossen, rotsgebieden en heuvelachtig terrein. Dankzij beschermingsmaatregelen is de soort wereldwijd niet bedreigd, maar lokaal kan de populatie variëren.
Leefgebied
Tapuiten broeden in open, schrale landschappen zoals duinen, heidevelden, zandverstuivingen en hoogveen. Ze vermijden beboste of dichtbegroeide gebieden. Belangrijk zijn open plekken met lage vegetatie en aanwezigheid van holtes voor nestbouw.
Voedsel
Ze foerageren op de grond en eten voornamelijk insecten zoals kevers, rupsen, spinnen en sprinkhanen. Hun slanke bouw helpt bij het vangen van prooien in kort gras.
Verspreiding
De tapuit is een langeafstandstrekker die overwintert in Afrika en broedt in Europa en delen van Azië. In Nederland komt hij voor in duinen, heidevelden en zandverstuivingen, met name op de Waddeneilanden, Veluwe en Drenthe.
Nestbouw
Ze nestelen in rotsspleten, konijnenholen of andere holtes dicht bij de grond. Het nest bestaat uit gras, mos en veren. Een legsel bevat meestal 5–6 lichtblauwe eieren, die in ongeveer 14 dagen uitkomen.
Bijzonderheden
De tapuit legt van alle zangvogels de grootste trekafstand af. In Nederland is de soort sterk afgenomen door verlies van geschikt leefgebied, stikstofdepositie en afname van konijnenholen.