IJsvogel
IJsvogel (Alcedo atthis)
De ijsvogel (Alcedo atthis) is een kleine, opvallend kleurrijke vogel met felblauwe bovenkant en oranjerode onderkant die vooral langs helder water leeft, zoals rivieren, beken en vijvers.
Door zijn schuwe aard zie je hem zelden, maar zijn snelle duikvluchten om vis te vangen maken hem spectaculair om te observeren. De soort broedt vaak in zelf gegraven tunnels in steile oeverwanden en komt voor in Europa, inclusief Nederland en België.
De ijsvogel is in veel gebieden algemeen en niet als bedreigd geregistreerd.
Leefgebied
Tapuiten broeden in open, schrale landschappen zoals duinen, heidevelden, zandverstuivingen en hoogveen. Ze vermijden beboste of dichtbegroeide gebieden. Belangrijk zijn open plekken met lage vegetatie en aanwezigheid van holtes voor nestbouw.
Voedsel
Ze foerageren op de grond en eten voornamelijk insecten zoals kevers, rupsen, spinnen en sprinkhanen. Hun slanke bouw helpt bij het vangen van prooien in kort gras.
Verspreiding
De tapuit is een langeafstandstrekker die overwintert in Afrika en broedt in Europa en delen van Azië. In Nederland komt hij voor in duinen, heidevelden en zandverstuivingen, met name op de Waddeneilanden, Veluwe en Drenthe.
Nestbouw
Ze nestelen in rotsspleten, konijnenholen of andere holtes dicht bij de grond. Het nest bestaat uit gras, mos en veren. Een legsel bevat meestal 5–6 lichtblauwe eieren, die in ongeveer 14 dagen uitkomen.
Bijzonderheden
De tapuit legt van alle zangvogels de grootste trekafstand af. In Nederland is de soort sterk afgenomen door verlies van geschikt leefgebied, stikstofdepositie en afname van konijnenholen.